vrijdag 23 juli 2010

Uxmal

Mickel en ik hadden de meisjes beloofd dat ze vandaag uit mochten slapen. Gisteren in Chitzen Itza hadden we perse voor de meute uit willen zijn, maar hier was het rustig genoeg. Het weer was ook niet zo warm.
Zo kwam het dat Mickel en ik samen van een ontbijtje genoten, terwijl de meisjes nog sliepen. We hebben niet veel last meer van de jetleg, behalve dat we vaak 's avonds tegen acht uur in slaap vallen en 's ochtends nooit later dan zeven uur wakker zijn. (Inderdaad, we maken lange nachten, maar de drukkende hitte en alle indrukken zijn ook vermoeiend.)
Jojanneke heeft het minste last van het tijdsverschil. Gisteravond was ze nog zo fit dat ze papa heeft weten over te halen tot een potje poulen. (Inderdaad, zonder witte bal, met scheve stokken en een kromme tafel. Maar naast een paradijselijk zwembad, onder een rieten afdak met uitzicht op de piramide van de tovenaar te Uxmal.) Ik heb dit niet meer bewust meegemaakt, want ik sliep ongeveer twee minuten nadat ik onder de lakens was gekropen.
Deze ochtend was ik echter wel klaarwakker en zat ik met Mickel in het restaurant. Alhoewel restaurant... Het was een grote ronde rieten kap van wel negen meter hoog in de top en dertig meter doorsnee, waar we onder zaten. De tafels, stoelen, bar en het buffet zag er wel echt restaurant-achtig uit, maar er zaten geen muren in. Bij extreme regen, zoals de buien van de afgelopen dagen, werd je binnen ook redelijk nat. We ontbeten er rustig en genoten van ons boek. Er kwam een man naar onze tafel die zich voorstelde als gids. Omdat het laagseizoen was, had hij voor ons een speciale aanbieding. Nou hadden we tot nu toe ieder aanbod van gidsen afgeslagen. De meisjes vinden alle ruïnes mooi, maar willen niet urenlang rondkijken. Zelf had ik tot nu toe ook een lichte aversie tegen de gidsen, maar deze man had iets speciaals. Mickel en ik keken elkaar aan en zeiden dat we dat heel graag gebruik van zijn aanbod wilden maken.
Toen de meisjes waren ontwaakt en hadden ontbeten gingen we op pad.
De entree was makkelijker met onze gids George. Hij regelde alles en maakte grapjes bovendien. Toen we op het terrein van Uxmal kwamen heette hij ons eerst welkom in de Maya taal. Hij vertelde dat de mensen thuis Maya spreken en pas Spaans leren als ze naar school gaan. Hij vertelde ook over zijn eigen worsteling om Spaans te leren. Hij spreekt nu Engels, Duits, Frans, Spaans en Maya, maar het Spaans wilde op een of andere manier amper beklijven. Hij vergeleek het met melk die niet te verteren was. Je nam het tot je en het verliet je lichaam weer, maar er bleef niets van achter in je lichaam om dat je het niet op kon nemen. Dit voorbeeld verbaasde me. Voor mij is melk onverteerbaar, maar voor de meeste mensen niet. Ik snapte echter wel precies wat hij bedoelde.
Hij wees ook een speciale boom aan. De Maya's geloofde dat de wereld plat en rechthoekig was en in het centrum stond zo'n boom. Een levensboom met dertien takken naar het paradijs en negen wortelen naar beneden. Hij glimlachte "Dat is Maya mythologie."
We gingen eerst naar de piramide van de tovenaar. Uxmal is gebouwd in puc-stijl en dat is anders als de stijlen die we tot nu toe hadden gezien. George wist allerlei leuke dingen te vertellen. Dat het aantal gezichten aan beide zijden van de hoofdtrap en het gezicht bovenop de piramide 26 is. Precies een half jaar in weken. Er was veel beeldhouwwerk te zien en met zijn uitleg gingen de vage afbeeldingen leven.
Daarna nam hij ons mee naar het nonnenklooster. Dat was een rechthoekig veld waar waarschijnlijk plechtigheden of dansen werden gehouden. In de mayapoort die toegang gaf tot het veld attendeerde hij ons op de accoustiek. Hij vroeg ons om iets verder te lopen en liet ons toen horen hoe bijzonder de accoustiek was. Hij begon zachtjes een liefdesliedje te zingen. Zijn stem weerklonk onder de mayaboog en ik geloof dat ik nog nooit zoiets moois heb gehoord. Het leek of de muziek recht mijn hart in werd gezongen en ik werd er helemaal stil van.
Het nonnenklooster was versierd met veel geometrische patronen. Allemaal terug te vinden in de huid van de ratelslang, wist George te vertellen. Het bleek dat de maya's ook een grote vereering voor de penis hadden. Op allerlei plaatsen was deze afgebeeld, maar zonder George was het me totaal ontgaan.
Vanuit het nonnenklooster had je heel mooi uitzicht op het huis van de Gouverneur. We wandelden via het balspeelveld. Toen ik mijn verwondering uit sprak over de slechte staat van het balspeelveld ten opzichte van bijvoorbeeld het nonnenklooster, glimlachte hij. Hij wees naar de paar resterende stenen. Die stenen waren erg geschikt voor het bouwen van hycienda's.
Voor het huis van de Gouverneur was het huis van de schildpadden. In de gevel waren op regelmatige afstand schildpadden bevestigd.
Het huis van de Gouverneur was het mooiste stuk architectuur van dit gebied wist George te vertellen. Tevens was dit het bouwwerk waar Uxmal zijn naam aan te danken had. Uxmal betekende drie keer gebouwd. Toen hij het ons aanwees, zag ik inderdaad duidelijk dat er drie gebouwen op elkaar gebouwd waren.
Hier besloten we afscheid te nemen. Mickel en ik waren het stilzwijgend met elkaar eens dat we helemaal niet voor die goedkopere prijs wilden. Mickel vertelde hem dat hij zo'n mooie rondleiding had gegeven dat wij vonden dat hij iedere pesos dubbel waard was geweest en betaalde hem het normale tarief met een extraatje. George werd even stil. Hij besloot nog een familiefoto van ons te maken met het mooiste uitzicht van Uxmal op de achtergrond. Hiervoor beklommen we het huis van de Gouveneur. Daarna besloten we hier nog een ronde omheen te lopen. George kwam eigenlijk nu pas los. We spraken over zijn geloof en over zijn volk. Hij vertelde dat sommige Mexicanen dachten dat ze arm waren en dan heel hard gingen werken in bijvoorbeeld Amerika om er dan na 30 jaar werken en met meer geld achter te komen dat ze nog steeds arm waren. Hij ontmoette hier heel veel mensen. Soms mensen met vele huizen en vele dollars, maar toch arm. Ik begreep hem.
Ik vertelde dat Mickel hier dertien jaar geleden was geweest en dat ik toen niet mee kon. Dat ik hem toen gevraagd had om de energie te voelen hier op deze bijzondere Maya plaatsen. En dat ik nu, dertien jaar later, er eindelijk zelf ook was. Dit raakt hem.
Mickel vroeg hem naar het einde van de Mayakalender in 2012 en wat hij hier van dacht. Hij vertelde over moeder natuur en de onrespectvolle manier waarop tegenwoordig met haar werd omgegaan. "Dat kan niet goed gaan." zei hij. Hij was een zeer belezen man. Hij wist voorbeelden uit de hele wereld aan te halen. Hij vertelde over de Maya's, maar ook over zijn wereldbeeld. Over goed en kwaad, over nu en vroeger. Over energie. Over hoe dankbaar hij was met dit werk. Vroeger had hij de toeristen als geldmakers gezien, later als een bron van inkomsten, maar nu had hij het gevoel dat ze iets kwamen halen. Meer dan foto's van oude ruïnes.
Zijn serieuze onderwerpen werden afgelost met geintjes. Zo riep hij een passerende groep toe dat als ze de gids niet leuk vonden, dat ze hem best konden offeren.
Tot slot namen we nog een kijkje bij het huis van de duiven. Dit was niet werkelijk een duiventil geweest, maar had de ontdekkers er op doen lijken. De golvende dakrand bracht op 21 december een schaduw teweeg die leek op een kruipende slang. Dit was het teken voor de boeren dat ze het land niet meer moesten bewerken voor een winterrustperiode.
Samen liepen we het complex weer uit. Bij het hotel namen we afscheid. George. Een bijzondere man.
Toen we weg reden bedacht ik me dat ik me zo altijd engelen in een mensengedaante voorstel. Liefdevol, integer, nederig en waarlijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten