We vertrokken om ongeveer tien uur uit ons huisje in Merida. We hadden de dag ervoor de boodschappen gedaan, aangezien we niet konden verwachten veel te kunnen kopen op het ongemotoriseerde eiland Holbox.
De rit de stad uit duurde bijna drie kwartier. In de binnenstad staan absoluut geen doorgaande routes aangegeven en ook op de buitenring werd soms wel en bij sommige afslagen niet de essentiële plaatsen aangegeven. Uiteindelijk zaten we op de juiste weg en redelijk voorspoedig reden we naar Valladolid. Daar hebben we gelunched in het heerlijke hotel waar we ook al eerder gelogeerd hadden. Het was een feestje om weer terug te zijn.
Daarna gingen we de tolweg weer op. De snelste weg naar ons tropisch paradijs. Dachten we...
Op de plek waar volgens onze kaart een afslag had moeten zitten, vonden we enkel een tolpoortje. We vroegen een vriendelijke tolmedewerker naar de afslag. In vloeiend Spaans gaf hij te kennen dat je dan naar Valladolid moest rijden en de gratis weg kon nemen. Valladolid. Juist. De afslag Valladolid was precies het punt waar we na de lunch op de snelweg waren gekomen en lag inmiddels zo'n kleine 65 km achter ons. We keerden om en reden terug over die bizarre tolweg zonder afslagen.
Daarna reden we dit traject nogmaals via de normale weg. Alhoewel normaal.
Ze zijn druk bezig met het verbeteren van de weg. Dat doen ze door nieuwe stukken paralel aan te leggen. Eerst wordt het oerwoud een stukje terug gedrongen. Dan worden er grote stapels steenslag op gedeponeerd. Dan komen er walsen die dit steenslag tot een soort gravelweg aandrukken. Dan wordt de bestaande weg ontasfalt en vervolgens wordt dit geasfalteerd, wordt de belijning handmatig met een meetlint uitgezet en tot slot wordt de weg belijnd. En dit gebeurt in fases, terwijl het verkeer er zoveel mogelijk gewoon overheen rijdt. Dit is een avontuur kan ik je vertellen. Maar het meest avontuurlijk was dat ze een stukje opbliezen terwijl wij er net aan kwamen rijden. We zagen een grote stofkolom zo'n kilometer voor ons en toen we er langs reden was het zicht redelijk, maar lag er allemaal klein puin op de weg. Dit was teveel voor onze rechterachterband. Eerst dachten we nog dat het asfalt hier wel erg bobbelig was, maar al snel constateerde wij dat onze band bobbelig was.
Gelukkig hadden we een goede reserveband. Deze hebben we er op gezet. (Kreeg Tonja gelijk een opfriscursus: hoe verwissel je een band.)
Toen we weer in de auto zaten moest Tonja erg nodig naar de wc. Natuurlijk was er in geen velden of wegen een toilet te bekennen. In een klein dorpje vonden we een supermarkt waar ik gebruik kon maken van het toilet. Terwijl Mickel werd belaagd door kinderen die voor vijf pesos een levende schildpad aan hem wilden verkopen, bezocht ik een locaal toilet. Ik besloot maar wat wc papier te kopen, bij gebrek hieraan. We moesten eerst een binnenplaatsje oversteken met links een berg vuilis en rechts vijf waslijnen afgewisseld met hangmatten. Het was eigenlijk niet eens zo vies als de binnenplaats me had doen vrezen, maar als de nood hoog is ben ik wellicht wat minder kieskeurig.
We vervolgden onze weg en eindelijk bereikten we de afslag richting Holbox. Deze weg moesten we nog circa 75 km volgen. De eerste kilometers ging het redelijk. Toen merkte ik op dat het eigenlijk wel op een game begon te lijken. Er kwamen steeds meer en steeds grotere gaten in de weg en Mickel had zijn handen vol om de meeste hiervan te ontwijken.
De Mexicanen vonden ook dat deze weg onderhoud nodig had en dus kwamen we vervolgens op een traject waar dat onderhoud plaats vond. Waar we op de vorige weg nog uit hadden kunnen wijken naar de andere weghelft, moesten we hier echt over alle fases van het vervangingsproces heen. Gek genoeg bleek het aangewalste gravelpad het fijnste. Ok, het stofte enorm, maar er waren geen onverwachte gaten, het pekte niet het reed stukken comfortabeler dan de niet aangewalste steenslag.
Uiteindelijk bereikten we tegen zessen Quicila, de havenplaats vanwaar we naar Holbox zouden vertrekken. Er was geen plek meer op de parkeerplaats, maar we vonden een privé parkeerplaats waar de eigenaar ons beloofde om een oogje in het zeil te houden. (Dit werd in gebarentaal duidelijk gemaakt, want ik verstond niets van zijn Spaans. Waarschijnlijk was het een mengsel van plaatselijk Maya met wat Spaanse woorden.)
Een bakfietsje vervoerde onze bagage naar de kade. Hier konden we kiezen tussen drie kwartier wachten op de ferry of met een privé bootje naar het eiland. Mike en ik keken elkaar aan en de keus was snel gemaakt. Even later zaten we in een bootje en voeren we met topsnelheid naar Holbox. De wind en de spetters waren heerlijk en we genoten enorm van dit ritje. Ik had niet kunnen denken dat het oude baasje dat de boot bestuurde zo'n snelheidsduivel zou zijn.
Op Holbox wilde kinderen onze bagage uit de boot tillen. Dat gaf me een ongemakkelijk gevoel en ondanks de taalbarière wist ik ze met een blik duidelijk te maken dat ik dit niet wilde. We vonden al snel een nieuwe bakfietstaxi. Hij wist waar ons huisje lag en sjorde alle bagage op zijn fietskar. Het had hier duidelijk geregend en de onverharde straten waren een ketting van kleine en grotere plassen geworden. We volgenden onze bagagefiets en werden door het centrum gevoerd en daarna het centrum weer uit. Aan de rand van het stadje liepen we langs een honkbalveld en daar namen de plassen moerasachtige vormen aan. Uiteindelijk wisten we de bakfiets met vereende krachten weer los te krijgen en toen stonden we voor onze bestemming.
Villa los Mapaches bleek een oase van rust te zijn. Een mooie tuin leidde langs een restaurantje en verscheidene huisjes naar de zee. Het laaste huisje voor het strand was voor ons. Het was kleiner dat onze vorige behuizingen, maar de plek was magisch. De meiden confisqueerden gelijk de entresol met het prachtige uitzicht.
Er is geen kledingkast, maar een houten roede met hangertjes. Er zijn geen ramen, maar twee wanden bestaan uit horren met houten jalouziën om de inkijk en de wind naar eigen inzicht te regelen. De keukenhoek is precies groot genoeg voor onze boodschappen. De boekenkast is gevuld met leuke boeken. We zijn eindelijk aangekomen. Wat een reis.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten